fr nl

OPGG

Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Gebied Brussel-Hoofdstad

Focusgroepen

De door ons geïnterviewde actoren zijn tevens gevraagd om deel te nemen aan de focusgroepen. De meesten hebben deze uitnodiging aangenomen, hoewel een paar personen die zich aanvankelijk wel opgegeven hadden, uiteindelijk toch niet aanwezig konden zijn. De lijst van participanten aan de interviews en de focusgroepen wordt voorgesteld in twee tabellen (zie Bijlage 2 van dit rapport).

Voor de samenstelling van deze groepen hebben wij toegezien op een zekere heterogeniteit van enerzijds de instellingen/organisaties die actief zijn in de betrokken interventie(sub)sectoren, en anderzijds de in deze structuren actieve personen, d.w.z. zowel actoren op het terrein (maatschappelijk werkers, opvoeders, psychologen, psychiaters, huisartsen) die in contact komen met daklozen, als de verantwoordelijken van organisaties/instellingen. Tegelijkertijd zagen wij erop toe dat de focusgroepen niet te sterk beïnvloed werden door hiërarchische verhoudingen. De 10 focusgroepen (4 met de eerstelijnsspelers en twee parallelle reeksen van 3 met de tweedelijnsspelers) werden allen op gelijkaardige wijze gestructureerd. Ons doel was om de betekenis en het bereik van de door de opdrachtgever gebruikte begrippen “dakloosheid”, “uiterst gemarginaliseerde personen”, “psychiatrische aandoeningen/pathologieën” en “asielfunctie” te contextualiseren en te bespreken. Dit was belangrijk omdat het onderzoek voornamelijk bestaat uit de deconstructie/reconstructie, door de verschillende betrokken actoren, van de vier vragen die door de beleidsinstantie geformuleerd waren.

Het doel van de eerste focusgroep was om op basis van de analyse van de beschikbare kwalitatieve en/of kwantitatieve gegevens en de interpretatie die de eerste- en tweedelijnsspelers hieraan geven, de prevalentie en evolutie van geestelijke gezondheidsproblemen onder daklozen te evalueren. Ook moesten de actoren het indien mogelijk eens worden over de beschikbare cijfergegevens en de wijze van (medische en psychosociale) hulpverlening die voor deze groep mogelijk is. Een overzicht van deze informatie per type actor is terug te vinden in verschillende tabellen in Deel 5 van het eindrapport.

Vervolgens werd tijdens de twee volgende focusgroepen gesproken over de mogelijkheid en de pertinentie van de “asielfunctie”, de vorm(en) die deze zou kunnen/moeten aannemen, evenals over hoe deze dient georganiseerd te worden (waar? wie? wanneer? hoe?) en haar samenhang met de bestaande voorzieningen voor opvang, onderdak, begeleiding en verzorging, om te voorkomen dat een patiënt bij het verlaten van een psychiatrische behandelingsinstelling dakloos wordt. Daarnaast werden sterke en zwakke punten in de organisatie- en werkingsmodaliteiten van de bestaande structuren voor opvang, bijstand, behandeling, verzorging en onderdak geïdentificeerd, teneinde de huidige tekortkomingen (van structuren, voorzieningen, beroepsbeoefenaars, samenwerking, coördinatie, kennis en vaardigheden) op vlak van continuïteit in de langetermijnopvolging van de medische hulpverlening, de psychosociale begeleiding en de huisvesting van de daklozen aan te kaarten. Ten slotte, werden eveneens een aantal actiemogelijkheden of beleidsaanbevelingen overwogen.